De verloren generatie, vijf jaar later

Repost VN | 01-03-2018 13 maart 2018

Vijf jaar geleden maakte Kelli van der Waals een verhaal over de ‘verloren generatie’ – haar generatie. Allemaal ambitieus en hoogopgeleid, en allemaal werkloos voor hun carrière goed en wel was begonnen. Hoe gaat het nu met ze, na de recessie?

Vanachter de smoezelige ramen van kantoorgebouw Trindeborch kijk ik met Pieter Vermeer en Pieter Tiller of we onze huizen kunnen aanwijzen. We zitten op de zevende verdieping, een paar trappen boven technologie-startup Blendle. We kijken uit over de brommende machines die het Utrechtse stationsgebied herstructureren, naar de Dom die in de steigers staat onder een gladgestreken wolkenlaag. Vermeer beklimt de toren soms met deelnemers van stichting DeBroekriem. Het ‘activiteitenplatform voor hoogopgeleide starters en in-between-jobbers’ organiseert ongeveer duizend activiteiten per jaar door het land heen. Daarvoor zijn vier fulltimers in dienst die een poule van honderd vrijwilligers aansturen vanuit hun kantoor op deze verdieping.

Een jaar of vijf geleden zaten we in het gebouw hierachter, in een zaaltje van vergadercentrum Seats2Meet, waar een loopbaancoach een presentatie gaf aan een groep overrompelde twintigers. Allemaal even ambitieus en hoogopgeleid, en allemaal werkloos voor hun carrière goed en wel was begonnen. De twee Pieters hadden DeBroekriem toen net opgericht, omdat ze net als zoveel millennials in die tijd (toen millennial nog een nieuw begrip was) thuis zaten.

Het ‘worden wat je wilt’-idee

De arbeidsmarkt was een dikke drol die mijn generatie opwachtte op de stoep van de universiteit, net toen wij naar buiten stapten. We waren opgegroeid in de goede jaren negentig en hadden geleerd dat we konden worden wat we wilden, als we maar ons best deden. We hadden het beter moeten krijgen dan onze ouders en van de studie direct in een mooie leasebak moeten stappen, maar waren door de nieuwe spelregels van de recessie opeens voor een gapend zwart gat komen te staan.

Natuurlijk was het in Zuid-Europese landen erger, en vanzelfsprekend waren lager opgeleiden kwetsbaarder. Maar dat ook hoogopgeleide Nederlandse jongeren niet aan de slag konden, was wel veelzeggend. En omdat er voor hen niets anders op zat dan nog maar een stage te lopen, een tijdelijk baantje op te pakken of als zzp’er een verborgen werkloze te worden, zouden ze weleens een permanente achterstand kunnen oplopen ten opzichte van de generaties in hun kielzog. Niemand die in ze investeerde met scholing, en als ze al werk hadden, zouden ze bij de eerste reorganisatie weer buiten staan.

We haalden onze neuzen heus niet op voor lager geschoold werk, maar ook daar was rond 2013 lastig aan te komen. Misschien maar goed ook, gezien onze investering in het ‘worden wat je wilt’-idee. ‘Op dit moment wil ik nog werk waar ik passie voor heb,’ zei Broekriem-deelnemer Kirsten van Reisen toen. ‘Ik heb dingen te geven, maar ik kan er gewoon niks mee. Dat vind ik echt heel erg.’ Grote dromen bleken moeilijk los te laten in die periode van inspirerende TED-filmpjes die zeiden dat je moet doen waar je blij van wordt.

millennials fiets
Thuis bij Pieter Vermeer van DeBroekriem: ‘Je moet niet te kritisch zijn, maar dan heb je binnen een maand al een baan.’
Foto: Sanne Glasbergen

Gewoon aan de bak

Van Reisen is vanmiddag ook in Trindeborch, waar we samenkomen om na vijf jaar weer de stand op te nemen. De recessie is gaan liggen en de economie groeide in 2017 met 3,3 procent. Wat is er van die dreigende verloren generatie terecht gekomen? Is het werkende leven dat we voor ogen hadden er alsnog gekomen? Zijn we anders naar de dingen gaan kijken? Hebben we ons bij zaken moeten neerleggen?

‘Och meis,’ dacht Van Reisen over zichzelf toen ze het verhaal uit 2013 teruglas. ‘Wat een zorgen maakte jij je toen.’ Toen ze bij DeBroekriem kwam, was ze net een maand bezig met werk zoeken. Kort daarna had ze een inhoudelijk interessante vrijwilligersbaan gevonden, en na nog eens drie maanden kon ze aan de slag bij een NGO. Ook DeBroekriem zelf – toen nog vrijwillig bestierd door Tiller en Vermeer, die hun onderhoud bij elkaar schooierden bij ouders (huur) en vrienden (bier) – maakte snel een vlucht. Vermeer: ‘Het was destijds echt gehannes om subsidie te krijgen voor twee salarissen. Maar een half jaar later was er een geluksmoment, want toen was jeugdwerkloosheid ineens hot en kregen gemeentes van minister Asscher een grote zak geld om die te bestrijden. Iedereen vroeg opeens: wat jullie in Utrecht doen, kan dat niet ook in Enschede, Groningen of Eindhoven? Toen kwam het in een keer binnen en konden we een organisatie bouwen.’

Tiller stapte eruit en ging verder als eenmansconsultancybedrijf, waarmee hij nog steeds zijn geld verdient. Vermeer geeft fulltime leiding aan de stichting.

Jonge hoogopgeleiden hebben DeBroekriem niet echt meer nodig, merkt Vermeer. ‘Toen zaten veel van hen echt thuis, maar nu kunnen ze in principe gewoon aan de bak. Je moet niet te kritisch zijn, maar dan heb je binnen een maand een baan.’ De stichting is in de afgelopen jaren zowel gegroeid als ‘vergrijsd’. ‘De groep veertigers en vooral vijftigers is de laatste jaren flink toegenomen. Die twintigers en dertigers redden het steeds beter.’

Flexibiliteit is gedemocratiseerd

Maar als je over de conjunctuur heen kijkt, naar de systematische verandering die heeft plaatsgevonden, dan blijkt dat werk structureel onzekerder is geworden. De flexibilisering die al eerder was ingezet, is door de crisis versterkt. We moeten het veelal doen met tijdelijke contracten, werk op oproepbasis en payroll-constructies. ‘Flexibilisering is bovengemiddeld een probleem van jonge mensen,’ zegt Dekker. ‘Dat was altijd al zo, maar vroeger trof het vooral laaggeschoolden. Nu zitten ook hoogopgeleiden ermee: de flexibiliteit is gedemocratiseerd.’

Alleen maar successen

Op sociale media zie je hoe leeftijdgenoten aan loopbaanontwikkeling doen en worden geschoold door hun werkgever. Positieve kenmerken die je ook in je eigen leven wilt zien, en die indirect te maken hebben met gezin en wonen. Op die punten vergelijk je jezelf voortdurend met je leeftijdgenoten, die het altijd voor de wind lijkt te gaan. Mensen hebben het gevoel dat ze falen als ze niet voldoen aan het ideaalbeeld van de arbeidsmarkt.’

‘Het tonen van kwetsbaarheid is net als vijf jaar terug een maatschappelijk taboe.’

Wat opvalt aan mijn generatiegenoten hier aan tafel is de mate waarin we schuld en oplossing bij onszelf leggen. Net als vijf jaar geleden, toen we desnoods gingen zzp’en, maar in elk geval niets verwachtten van instanties als het UWV. We vonden ook niet dat onze situatie vroeg om protest op het Malieveld. Nog steeds wijten we het aan onze eigen verkeerde (studie-)keuzes en zien we het als een probleem dat we zelf moeten oplossen. Voor Tiller en Vermeer was DeBroekriem in de eerste plaats een manier om zelf aan de slag te blijven. Vermeer zegt nog altijd niet veel te verdienen in loondienst bij DeBroekriem, ‘maar ik zie het gewoon als een grote leerschool. Ik leer heel veel, en op een gegeven moment ga ik dat voor mezelf inzetten.’ Dat is ook hoe zijn oude collega’s uit de bouwkunde – ‘toen was het daar echt drama’ – door de crisis zijn gekomen. ‘Ik zie dat de mensen die gedreven zijn doorgegaan in het vak nu allemaal succesvol architect zijn. Of ze kunnen in elk geval het hoofd boven water houden. Dat heeft ze veel doorzettingskracht gekost; velen zijn ook afgehaakt, maar wie echt gedreven was, is overgebleven.’

Generatie rupsje nooitgenoeg

Het gevoel van eigen verantwoordelijkheid is volgens Fabian Dekker exemplarisch voor hoe mensen tegenwoordig denken over hun rol in de samenleving. ‘Het tonen van kwetsbaarheid is net als vijf jaar terug een maatschappelijk taboe. De overheid heeft de afgelopen tien, vijftien jaar voortdurend ingezet op het streven naar zelfredzaamheid, met kernbegrippen als “eigen kracht” en “employability”. Zulk beleid zet door in de hoofden van mensen en heeft een grote sociaal-culturele verandering teweeggebracht. Er is een discours ontstaan waarin je jouw situatie steeds meer als eigen verantwoordelijkheid ziet en minder als gemeenschappelijk falen.’

Zo is de tijdgeest

Millennials voelen weliswaar een hoge mate van verantwoordelijkheid voor hun eigen leven, maar net als vijf jaar geleden ligt de gang naar het Malieveld weinig voor de hand. ‘Zo is de tijdgeest,’ zegt Kirsten van Reisen. ‘Het collectieve van DeBroekriem, dat ontbreekt op grote schaal. Wij zitten niet meer in eh, van die… Hoe heet het, FNV en zo?’ Het duurt even voordat we met z’n vieren lachend op het woord ‘vakbond’ komen.

Maar op de plaats van de slinkende vakbond zijn weinig alternatieven gekomen, terwijl zo’n countervailing power juist nu hard nodig is, zegt Fabian Dekker.

De verwachting was dat we ons dan wel zouden organiseren in kleinschalige collectieven, maar dat valt tegen. Bovendien hebben kleine, op zichzelf staande initiatieven beperkte spankracht en trekken ze doorgaans degenen aan die toch al wat beter voor zichzelf kunnen zorgen. De mensen die bij DeBroekriem aankloppen, noemt Vermeer ‘de crème de la crème van werkloos Nederland’. ‘De mensen die zelfredzaam genoeg zijn om naar de website gaan en op de fiets durven te stappen om naar een zaaltje in Seats2Meet te gaan. Negentig procent van de werklozen durft of doet dat niet.

We zorgen nog altijd liever voor onszelf dan ons te verbinden aan een collectief. En liever dan elkaar, zoeken we een coach op die ons kan helpen. Zoals Pieter Vermeer dat vijf jaar geleden al verwoordde: ‘Ik heb gewoon mijn eigen persoon, wil wat toevoegen aan mijn eigen maatschappijtje.’ Of zoals Van Reisen toen concludeerde: ‘We maken er wel wat van, maar moeten misschien leren dat alleen wijzelf dat kunnen doen.’

Zo zien we het nog steeds. En och, hoe het dan verder gaat? Vermeer: ‘Ik blijf gewoon werken tot mijn honderdste.’ Daarvan zijn we in elk geval collectief overtuigd.

Het volledige artikel is via deze link te bekijken.

  • Niels Cordialis

    Ach, eerst begrepen we dat we tot de verloren generatie behoren, en toen gingen we verder💪👍🏼🤗